| János Bittenbinder |
|
|
|
János Bittenbinder werd in 1946 geboren in Nagyvárad (Oradea) in Transsylvanië, een mythische landstreek die aan het begin van de vorige eeuw nog tot Hongarije behoorde maar na de Eerste Wereldoorlog werd geannexeerd door Roemenië. János groeide op tussen de gereedschappen in het meubelatelier en de speelgoedwerkplaats van zijn vader, die ook kunstvoorwerpen op ambachtelijke wijze restaureerde. Met deze achtergrond leek János voorbestemd om zijn beroep in de creatieve richting te vinden. Na van 1970 tot 1972 een opleiding tot binnenhuisarchitect te hebben gevolgd, kreeg het verlangen om zich intensiever met de vrije kunst bezig te kunnen houden de overhand.
Van 1972 tot en met 1976 vervolgde hij zijn studie aan de Academie voor Beeldende Kunst in Kolozsvár. Destijds bestonden er aan de kunstacademies in de Oostbloklanden strikte richtlijnen om de kunst een heroïsche en pathetische lading te verlenen, voor persoonlijke creativiteitsontplooiing bestond er minder belangstelling. Uit verlangen om zich onder vrije omstandigheden met de ontwikkeling van zijn kunst bezig te kunnen houden, vertrok János in 1976 uit Roemenië, en belandde via omzwervingen in Duitsland en Zwitserland in 1979 uiteindelijk in Nederland. Zijn kunstenaarsschap raakte vanaf dat moment in een stroomversnelling.
Het werk van János is in Nederland tot wasdom gekomen. Zijn tekeningen werden expressiever en rijker van voorstelling. Langzaam durfde hij te kiezen voor een spontanere werkwijze, het ongeordende in de opbouw, het intuïtieve van de lijnvoering en het fysiek ondergaan van kleur. Ook ging hij grootformaat doeken schilderen.
János Bittenbinder schildert wat hij mooi vindt, wat hem boeit. Hij voelt zich aangetrokken tot oorspronkelijke landen, kleurrijke mensen, onberoerde culturen en onaangetaste landschappen. De vrijheidsdrang die hem deed besluiten zijn geboortegrond achter zich te laten, getuigt van het instinct van een kunstenaar die steeds op zoek gaat naar nieuwe culturen en exotische landschappen. Met enige regelmaat heeft hij studiereizen gemaakt door Oost-Europa, Zuid-Amerika, Pakistan, Tibet en China. János lijkt de overweldigende berglandschappen van bijvoorbeeld de Himalaya en de oriëntaalse bouwwerken, zoals de verboden stad in Beijing, te toetsen aan zijn eigen herkomt en zijn westerse culturele bagage. “Het verre oosten heeft mij vanaf mijn jeugd gefascineerd, misschien is het ook wel genetisch bepaald, de Hongaren zijn per slot van rekening uit die contreien afkomstig”.
De unieke kwaliteit in zijn werk betreft in het bijzondere instinct om licht en lichtwerking te grijpen. Uit licht komt kleur voort. Als de kleur voldoende warmte en diepte heeft gekregen, kan de kunstenaar zich permitteren om de vorm langzaam los te laten. “Schilderen”, zo zegt hij,”is eigenlijk muziek maken met licht en kleur. Wij ervaren de wereld grotendeels door licht, wij oriënteren ons in de ruimte ook eveneens bij gratie van licht, ons leven is dus onlosmakelijk verbonden met dit goddelijke geschenk. In mijn werk neemt dit fenomeen een centrale rol in. Ik bestudeer de verschillende verschijningsvormen, modulaties, contrasten en veranderingen van het licht. Mijn ultieme streven is een muziekvergelijkbare ervaring te bereiken door kleur en licht “.
|














